Conclusie AG over PAS: PAS in beginsel een geschikt instrument, maar aanpassing is nodig

 

Op 25 juli jl heeft AG J. Kokott op de door de Afdeling gestelde pre-judiciële vragen over de PAS een conclusie genomen. Hieronder volgen, heel kort, enkele belangrijke overwegingen uit deze lezenswaardige conclusie.

De AG juicht een centraal planningsinstrument zoals de PAS in beginsel toe. Een integrale beoordeling is niet alleen geschikt, maar ook een noodzakelijk instrument. De beoordeling moet echter volledige, precieze en definitieve constateringen bevatten die elke redelijke wetenschappelijke twijfel over de gevolgen van depositie kunnen wegenemen.

 

Met maatregelen ter vermindering van stikstofdepositie uit andere bronnen, herstelmaatregelen en met een autonome daling van stikstofemissie mag alleen rekening gehouden worden wanneer op het tijdstip waarop toestemming wordt verleend al definitief vaststaat dat de totale belasting van het gebied door stikstofdepositie onder de grenswaarde blijft. Voor het toestaan van extra stikstofdepositie volstaat het niet dat de totale depositie afneemt, maar de betrokken oppervlakten nog teveel belast worden. Louter prognoses mogen bij de verlening van de toestemming niet in aanmerking worden genomen.

Met betrekking tot de vragen over het uitrijden van mest en het beweiden wordt geconcludeerd dat sprake is van een project. Bemesting verandert de eigenschappen van de bodem. Voor beweiding is het noodzakelijk om een omheining te plaatsen, hetgeen als project in de zin van art. 6, lid 3 Habitatrichtlijn aangemerkt moet worden. Beweiding en bemesting kunnen niet wettelijke worden vrijgesteld van de noodzaak van een individuele beoordeling.

Kort en goed bevat de PAS volgens de conclusie veelbelovende oplossingen, maar bestaat over het geheel genomen aanmerkelijke twijfel over de vraag of het systeem voldoet aan art. 6, lid 2 en 3 Habitatrichtlijn. In dit verband verwijst de AG naar art. 6 lid 4 van de Habitatrichtlijn (de ADC-criteria) om een compromis te bereiken tussen natuurbelangen en belangen van de maatschappij. Alhoewel individuele belangen van agrarische bedrijven lastig zijn om te aanvaarden als dwingende reden van groot openbaar belang, zouden deze particuliere belangen wel in een integrale beoordeling als algemeen belang kunnen worden ingepast. De ADC-criteria zouden dus in de PAS nog verwerkt kunnen worden.

Na de genomen conclusie moet het HvJ overigens nog uitspraak doen over de PAS. Deze conclusie is dus niet bindend maar geeft wel richting.

Voor meer informatie over deze conclusie kunt u contact opnemen met Susan