Een redelijke toepassing van het overgangsrecht PAS in relatie tot art. 4:5 Awb

Algemene Wet bestuursrecht (Awb)

 

Sinds de inwerkingtreding van de PAS heeft de AbRvS al meerdere keren uitspraak gedaan over art. 67a Nbw 98 (overgangsrecht PAS). Het gaat in dit artikel met name om de vraag of sprake is van “voldoende beschikbare gegevens en bescheiden naar het oordeel van het bestuursorgaan” voor het nemen van het aangevraagde besluit met betrekking van een aanvraag om Nbw 98 vergunning die vóór 1 juli 2015 is ingediend, onder het oude recht.

 

In de zaak die heeft geleid tot de uitspraak van de Afdeling van 1 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:552 gaat het om een aanvraag om een Nbw 98 vergunning, die is ingediend op 30 juni 2015. Deze aanvraag is buiten behandeling gelaten vanwege onvolledigheid. De Afdeling ziet zich voor de vraag gesteld of het college in redelijkheid geen gelegenheid heeft geboden de ontbrekende informatie met toepassing van artikel 4:5 van de Awb alsnog te overleggen zodat de aanvraag onder het oude recht kon worden behandeld.

Het college hanteert naar eigen zeggen, een strenge lijn bij de toepassing van art. 67a Nbw 98. Deze strenge lijn is ingegeven in de wens om te voorkomen dat op het laatste moment inhoudloze aanvragen worden ingediend die na latere aanvulling onder het oude recht moeten worden behandeld.

In dit geval hebben GS niet in redelijkheid kunnen besluiten alleen een zodanige aanvulling van de aanvraag toe te staan dat die aanvraag feitelijk zou worden omgezet naar een aanvraag onder het nieuwe recht. Daartoe acht de Afdeling van belang dat geen sprake was van een zogenoemde lege of vrijwel inhoudsloze aanvraag. De gegevens die het college zei te missen voor nadere controle van de onderbouwing van de aanvraag hadden eenvoudig en snel kunnen worden opgevraagd bij appellante, nu tussen partijen niet in geschil is dat dit stukken en gegevens betrof die bij appellante al voorhanden waren en waarvoor geen nader onderzoek nodig was.

De Afdeling vernietigt het bestreden besluit vanwege overschrijding van de grenzen van een redelijke toepassing van artikel 67a van de Nbw 1998.