Gefilterd op Wet natuurbescherming

Verplichte monitoring van vogelsterfte ten behoeve van kennisvergaring niet redelijk

Wet natuurbeschermingWet natuurbescherming

 

In de uitspraak van de AbRvS van 11 oktober 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2742 bestrijdt het windcollectief Wieringermeer e.a. voorschriften die verbonden zijn aan een verleende ontheffing ingevolge de Wnb tot monitoring van vogelsterfte.

Overgangsrechtelijk gaat het overigens om een besluit op een aanvraag om ontheffing die is ingediend vóór de inwerkingtreding van de Wnb. Om die reden is de staatssecretaris bevoegd ingevolge art. 9.10, vierde lid Wnb tot het nemen van het bestreden besluit.

 

> Lees meer

Opname emissieplafond in bestemmingsplan is onvoldoende om goede ruimtelijke ordening te waarborgen

Wet natuurbescherming

Opname emissieplafond in bestemmingsplan is onvoldoende om goede ruimtelijke ordening te waarborgen

 

In de uitspraak van 6 september 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2413 buigt de Afdeling zich over een herstelbesluit van de raad van Bronckhorst inzake het bestemmingsplan “Buitengebied”, dat naar aanleiding van de uitspraak van de Voorzieningenrechter van 4 april 2017, ECLI:NL:2016:1012 is genomen omdat onduidelijkheid bestond over de salderingsberekening.

Tegen het herstelbesluit wordt naar voren gebracht dat in de betreffende planregels geen dieraantallen worden genoemd, maar alleen wordt voorzien in een emissieplafond. Hierdoor kunnen meer dieren worden gehuisvest in de stallen, bijvoorbeeld indien een emissiearmer stalsysteem wordt toegepast.

 

> Lees meer

het doden van ganzen door gebruikmaking van CO2 en geweren voor zonsopkomst en na zonsondergang

Wet natuurbescherming

Het doden van ganzen door gebruikmaking van CO2 en geweren voor zonsopkomst en na zonsondergang

Op 28 juni 2017 heeft de AbRvS in twee zaken (ECLI:NL:RVS:2017:1701 en 1703) een oordeel gegeven inzake hoger beroep van Stichting Faunabescherming en GS met betrekking tot twee uitspraken van de rechtbank over twee verleende ontheffingen. Beide zaken vallen nog onder de werking van de Flora- en Faunawet.

In de eerst genoemde zaak gaat het om een ontheffing voor het opzettelijk verontrusten, bemachtigen, vangen, doden van verschillende ganzen en daarbij gebruik maken van CO2. In de tweede zaak gaat het om verschillende ganzen die op basis van de ontheffing (onder meer) mogen worden afgeschoten, waarbij het geweer bovendien een uur voor zonsomkomst tot een uur na zonsondergang mag worden ingezet.

 

> Lees meer

De Afdeling stelt prejudiciƫle vragen over PAS, maar schorst geen vergunning

Wet natuurbescherming

 

 

In twee lezenswaardige en omvangrijke verwijzingsuitspraken van 17 mei 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:1259 en 1260) stelt de Afdeling de al aangekondigde prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie over de houdbaarheid van de PAS in verband met de Habitatrichtlijn. De beantwoording is van zeer groot belang voor de vraag of en in hoeverre projecten waar stikstofneerslag een rol speelt, uitvoerbaar zijn. De Afdeling heeft op dit moment ongeveer 200 zaken in behandeling waarin de deugdelijkheid van het PAS-systeem een rol speelt.  Deze zaken worden aangehouden in afwachting van de beantwoording van het Hof.  Om die reden heeft de Afdeling aan het Hof verzocht om de vragen met voorrang te behandelen.

In de zaken waarin de prejudiciële vragen zijn gesteld gaat het enerzijds om veehouderijen die op basis van de PAS een natuurvergunning verleend hebben gekregen. Anderzijds gaat het om het weiden van vee en het bemesten van gronden waarvoor ingevolge de PAS geen vergunning is benodigd.

 

> Lees meer

Afdeling lost strijdigheid met art. 19j Nbw 98 (oud) zelf op in uitspraak

Wet natuurbeschermingWet natuurbescherming

 

 

In de uitspraak van de AbRvS van 5 april 2017, ECLI:NL:RVS:943 is een bestemmingsplan aan de orde dat onder meer voorziet in een uitbreiding van een camping.

Door appellanten wordt naar voren gebracht dat de uitbreiding ten onrechte niet is getoetst aan art. j van de Nbw 98 (oud). De gemeente beroept zich evenwel op het feit dat voor de uitbreiding van de camping al een Nbw 98 is verleend voor 70 kampeermiddelen en verwijst naar art. 19j, vijfde lid van de Nbw 98 (oud) op basis waarvan het niet nodig zou zijn om een passende beoordeling te maken.

Het plan staat naast de 70 kampeermiddelen op het uit te breiden deel van de camping ook bebouwing toe. Daarmee maakt het plan meer mogelijk dan waarvan in de passende beoordeling voor de Nbw 1998-vergunning is uitgegaan. Er is geen sprake van een herhaling of voortzetting van een project waarvoor reeds eerder een passende beoordeling is gemaakt. Aan de voorwaarde van art. 19 j, vijfde lid Nbw 98 (oud) wordt dus niet voldaan. Op zich is deze lijn niet nieuw, maar vermeldenswaardig is op welke wijze de Afdeling hiermee omgaat.

 

> Lees meer

Boomvalken niet jaarrond beschermd

Wet natuurbescherming

 

 

Het gaat in de uitspraak van de Voorzieningenrechter van de AbRvS van 7 februari 2017, ECLI, NL:RVS:2017:288 om een schorsingsverzoek om de kap van bomen tegen te gaan. In deze zaak is het recht van vóór 1 januari 2017 van toepassing. Gestreden wordt over de vraag of nesten van boomvalken jaarrond beschermd zijn. Verzoekers wijzen op de “Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten ontheffing Flora- en Faunawet, ruimtelijke ingreep”, waarin de nesten van deze vogels als jaarrond beschermd zijn aangewezen. Het gaat om een indicatieve lijst die is opgesteld door de Dienst Regelingen van het Ministerie van LNV en die helpt om te bepalen of en in hoeverre een ontheffing is benodigd.

 

 

> Lees meer

Salderen met stallen die worden gebruikt als opslagruimte

Wet natuurbeschermingWet natuurbescherming

 

In de uitspraak van de AbRvS van 28 december 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3493 wordt gerefereerd aan de inmiddels bekende uitspraak over externe saldering met stikstof van de Afdeling van 13 november 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1931. In deze uitspraak heeft de Afdeling geoordeeld dat het niet relevant is of tot het moment van intrekking van de vergunning of tot het moment waarop de overeenkomst over de overname van de stikstofemissie wordt gesloten, nog vee aanwezig was op het bedrijf. Wat wél relevant is of de hervatting van het bedrijf mogelijk is zonder dat daarvoor een vergunning op grond van artikel 19d, eerste lid Nbw 98 voor de realisering van een project is vereist. 

 

> Lees meer

Last tot intrekking machtiging aan faunabeheereenheid is geen besluit art. 1:3 Awb

Wet natuurbeschermingAlgemene Wet bestuursrecht (Awb)

 

In de uitspraak van de AbRvS van 2 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016 gaat het om de vraag of een door GS opgelegde last aan de Faunabeheereenheid Gelderland om de aan appellant verleende machtigingen in te trekken en hem geen machtigingen te verlenen, kan worden aangemerkt als appellabel besluit in de zin van art. 1:3 Awb. Reden was dat appellant lokvoer aan grofwild had verstrekt in een periode dat dit niet was toegestaan.

Van belang is dat op grond van artikel 68, vierde lid, Ffw een ontheffing slechts wordt verleend aan een faunabeheereenheid. Aan de ontheffing van 21 juni 2010 heeft het college voorschriften verbonden. Op grond hiervan machtigt de faunabeheereenheid natuurlijke personen om de ontheffing te gebruiken door afgifte van een schriftelijke machtiging.

 

> Lees meer

Voorwaardelijke ontheffing art. 68 Ffw en art. 8:113, tweede lid Awb

Wet natuurbeschermingAlgemene Wet bestuursrecht (Awb)

 

In de uitspraak van de AbRvS van 5 oktober 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2607 is hoger beroep ingesteld door de Vogelbescherming tegen een verleende ontheffing op grond van art. 68 Ffw. In het primaire besluit ging het om –kort gezegd- het doden en verjagen van verschillende soorten ganzen in alle wilbeheereenheden in Overijssel.

De rechtbank heeft, samenvattend, overwogen dat slechts in een deel van de wildbeheereenheden in het verleden schade is aangericht door de ganzen en slechts in een deel van die wildbeheereenheden eerder een ontheffing van toepassing geweest. Voor de wildbeheereenheden waar in het verleden geen schade is aangericht door de betreffende ganzensoort in de betreffende periode en evenmin een ontheffing was verleend voor die ganzensoort in die periode, acht de rechtbank de aanwezigheid van een concrete dreiging van belangrijke schade aan gewassen onvoldoende gemotiveerd.

Verder heeft de rechtbank overwogen dat de ontheffing, voor zover verleend voor het verjagen van kolganzen met behulp van ondersteunend afschot, nadat eenmalig door de provinciale toezichthouder is geconstateerd dat zich daadwerkelijk belangrijke schade voordoet, niet in strijd is met artikel 68, eerste lid, van de Ffw.

Van belang is dat de vergunninghouder en het college geen hoger beroep hebben ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank. Wél is de ontheffing, gevolg gevend aan de uitspraak van de rechtbank ingevolge art. 6:19 Awb gewijzigd.

 

> Lees meer

SAM Special natuurbescherming

Wet natuurbeschermingWet natuurbescherming

Reserveer in uw agenda: donderdagmiddag 17 november 2016. Op die dag is er onze SAM special over de Wet natuurbescherming. Deze wet vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet en treedt in werking op 1 januari 2017. Ben u er al klaar voor? Eelco de Jong, Susan Schaap en Rob Wertheim praten u bij en beantwoorden uw vragen op deze specialistische bijeenkomst. De bijeenkomst zal worden gehouden in Apeldoorn. Meer informatie volgt, maar u kunt zich alvast aanmelden bij Inger Terlouw.

> Lees meer

Geen verlenging jachtakte vanwege vrees voor misbruik

Wet natuurbescherming

 

In de uitspraak van de AbRvS van 21 september 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2509 is een besluit tot weigering van een verlening van een jachtakte aan de orde. De gevraagde jachtakte is door de korpschef van de politie geweigerd omdat grond bestaat dat appellant misbruik zal maken als bedoeld in artikel 39, eerste lid, aanhef en onder g van de Flora en Faunwet (Ffw). Aan dit vermoeden ligt een proces-verbaal ten grondslag waarin is vermeld dat appellant een ree heeft afgeschoten zonder dat hij daarbij een reewildmerk, een zogenaamd loodje, aan het ree had bevestigd, hetgeen een overtreding van de voorschriften van een eerder verleende ontheffing (zie ook art. 79, tweede lid Ffw) opleverde.

 

> Lees meer

Ontheffingen Flora en Faunawet voor het doen van onderzoek tegen overlast meeuwen

Wet natuurbescherming

 

In de uitspraak van de AbRvS van 17 augustus 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2266 is hoger beroep ingesteld tegen de vernietiging van ontheffingen op grond van de Ffw door de rechtbank Amsterdam. Deze ontheffingen waren ervoor bedoeld om onderzoek te doen naar oplossingen om door meeuwen veroorzaakte hinder in de betreffende gemeenten gestructureerd aan te pakken (door nestbeheer, wering en verjaging). Met de resultaten van het onderzoek is het de bedoeling om in de toekomst ontheffingen aan te vragen ter voorkoming van overlast en van de volksgezondheid en openbare veiligheid.

Het gaat in deze zaak onder meer om het begrip “onderzoek” uit art. 75, zesde lid Ffw. Naar het oordeel van de rechtbank betreft het onderzoek slechts een middel of doel tot het vergaren en verruimen van kennis en inzicht ten behoeve van de instandhouding van de betreffende soort. Dit oordeel wordt bestreden.

 

> Lees meer

Kans op overtreding Nbw 98 leidt niet tot voorlopige voorziening (besluit tot handhaving)

Wet natuurbeschermingWet natuurbescherming

Kans op overtreding Nbw leidt niet tot voorlopige voorziening (besluit tot handhaving)

In deze uitspraak van de voorzieningenrechter van de AbRvS gaat het om een afgewezen verzoek om handhaving van de Vogelbescherming tegen de jachtaktehouders die gebruik maken van een ontheffing op grond van de Ffw, die op 3 oktober 2014 is verleend wegens overtreding van artikel 19d Nbw 98. Het aan de orde zijnde verzoek strekt ertoe dat de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening treft, waarbij het college wordt opgedragen een besluit tot handhaving te nemen wegens overtreding van de Nbw 1998.

 

 

 

> Lees meer

Saldering met effecten stoppen bemesting weilanden toegestaan

Wet natuurbeschermingWet natuurbescherming

 

In de uitspraak van de AbRvS van 28 oktober 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3318 wordt door GMF die opkomt tegen een inpassingsplan voor een uitbreiding van een bedrijventerrein onder meer naar voren gebracht dat in de passende beoordeling ten onrechte de effecten van het stoppen van bemesting van weilanden in het plangebied zijn meegerekend. Het gaat om een afname van depositie ten gevolge van het beëindigen van het agrarische gebruik van de in het plangebied gelegen gronden. Volgens GMF kan deze bemesting worden hervat op een andere locatie.

 

 

 

> Lees meer

Draagkracht Natura 2000-gebied onvoldoende voor brilduiker en tafeleend

Wet natuurbeschermingWet natuurbescherming

In de uitspraak van de AbRvS van 11 maart 2015, nr. 201404137/1/R2 en 201407631/1/R2 gaat het om een Nbw vergunning die is verleend voor het verdiepen van gebieden voor de kust van Zeewolde in het Wolderwijd. Het geding spitst zich toe op de staat van instandhouding van de brilduiker en van de tafeleend. Van de tafeleend staat vast dat het aantal zich onder de instandhoudingsdoelstelling bevindt.

> Lees meer

Dwingende reden van groot openbaar belang: belangenafweging op lange termijn

Wet natuurbeschermingAlgemene Wet bestuursrecht (Awb)

In de uitspraak van de AbRvS van 18 februari 2015, nr. 201211251/2/A3 is voor de vierde maal een ontheffing Ff aan de orde in het kader van de aanleg van het Westerdiepsterdalkanaal: de ontheffing ziet op het creƫren van leefgebied voor de groene glazenmaker. Deze ontheffing heeft eerder geleid tot een tussenuitspraak van de Afdeling van 22 januari 2014, nr. 201301008/1/A3. In deze tussenuitspraak overwoog de Afdeling dat onvoldoende was gemotiveerd dat het gestelde werkgelegenheidsbelang kon worden aangemerkt als een dwingende reden van groot openbaar belang.

> Lees meer

opvangen van verlies foerageergebieden buiten Natura 2000-gebied is mitigerende maatregel

Wet natuurbescherming

In de uitspraak van de AbRvS van 29 oktober 2014, nr. 201309630/1/R6 is het projectplan Zwakke Schakels Noord-Holland aan de orde. Het projectplan en de daarbij behorende uitvoeringsbesluiten voorzien in de versterking van de Noordzeekustzone nabij de waterkering bij de Duinen Kop van Noord-Holland en het dijklichaam van de Hondsbossche en Pettemer Zeewering. De kustversterking wordt voornamelijk gerealiseerd door middel van een zeewaartse zandaanvulling.

> Lees meer